Gijsbert Nap (1904 – 1963)
Biografie van Gijsbert Nap, door zijn zoon Jan.
This page will be translated into English shortly!
Jonge Jaren
Gijsbert Nap (roepnaam Gijb), geboren 3 oktober 1904, overleden 24 december 1963, woonde zijn hele leven in Kamerik. Over zijn jeugdjaren is mij weinig bekend. Zijn schoolopleiding beperkte zich tot de lagere school. De schoolrapporten van zijn zoons vond hij later een goede zaak. Zelf was hij zo eerlijk om te vertellen, dat zijn schoolresultaten, die het ouderlijk oog niet konden verdragen, onderweg in de wetering belandden.
Kruidenier
Als enige zoon van een kruidenier, was hij voorbestemd om de zaak over te nemen.
De naam kruidenierszaak dekte lang niet de lading.
Het assortiment was erg ruim en bestond b.v. ook uit geriefwaren voor boeren.
Op woensdagmorgen trok een stroom kaasbrikken langs ons huis (het pand waar nu restaurant "de Herberg" is gevestigd), op weg naar de kaasmarkt in Woerden.
Zijn vader, Arie Nap, was ’s woensdagsmorgens al vroeg in de weer om hooiharken, melkblokken, tenen manden, allerlei soorten touw, klompen en wat dies meer zij voor het huis uit te stallen.
Regelmatig stopte een van de boeren om iets van zijn gading aan te schaffen.
Een andere bron van inkomsten was het opkopen van eieren, een activiteit, die goed gecombineerd kon worden met het bezorgen.
De eieren werden doorverkocht aan grossier Dries Verweij in Woerden.
Bezorgen
In die jaren werd ook nog veel bezorgd. De bezorgprocedure omvatten twee stadia. Eerst werden de klanten bezocht om te 'horen', wat inhield dat de bestellingen werden genoteerd. Daarna volgde het bezorgen, wat gebeurde met een transportfiets met een grote mand voorop. Het hulpmiddel telefoon, dat in zijn tijd in zwang kwam, heeft hij altijd consequent vermeden, om, zoals hij het uitdrukte, te voorkomen, dat hij voor een pond zout naar Oud-Kamerik moest fietsen.
Voorraad
De bevoorrading van de winkel gebeurde hoofdzakelijk met de beurtvaartdiensten op Utrecht van Jan Hilgeman en Gert Versteeg, het beste transportmiddel in deze waterrijke omgeving. Vader Arie was de zaak trouwens begonnen met een roeiboot. In de wintermaanden werd een grote slee gebruikt. Ook in mijn jongensjaren kwam de slee in strenge winteromstandigheden nog in gebruik. Bij het 75-jarig bestaan van de zaak is broer Bert nog naar deze slee op zoek geweest, maar tevergeefs.
Reizigers
Het bezoek van vertegenwoordigers ('reizigers' genaamd) was aan vaste rituelen gebonden.
De vertegenwoordiger van de Utrechtse Handelsmij, later Centra, werd in de kamer ontvangen, evenals Jac. Van Vliet, uit Alphen aan de Rijn, die de koekvoorraad op peil hield.
Het bezoek van meneer Tom, touwfabrikant uit Gouderak, was een gebeurtenis op zich.
Meneer Tom kwam met de bus. Met Tom als trouw Hervormde, werd het geestelijk leven en vooral de kwaliteiten van de dominees van de beide woonplaatsen uitgebreid besproken.
Een treffend voorbeeld van het feit, dat men werkte zolang het licht was. Het jachtige tempo van tegenwoordig kende men niet.
Vader Arie en oom Gijsbert ( 'ome' binnen de familie), een ongetrouwde broer van Arie, werkten tot hun dood mee in de zaak.
Hoewel ik dat nooit hardop gehoord heb, was het winkelgebeuren nooit de ware roeping van mijn vader.
Het boerenleven trok hem veel meer en zijn geluk was, dat hij op het platteland woonde en veel boeren als klant had.
In ieder geval had hij opvallend veel begrip voor het feit, dat zijn middelste zoon (ik dus) met een grote boog om de winkel heenliep.
Mar Korver
Op de jaarlijkse Zeister zendingsdag van de Hervormde Kerk ontmoette hij Mar Korver, die toen al enige jaren op de boerderij van haar ouders in Oud Kamerik woonde en werkte. Ongetwijfeld kende hij haar al van de winkel en de Hervormde Kerk in Kamerik. Op die dag sloeg echter de vonk over en werd er getrouwd.Brandweer
De vrijwillige brandweer nam een belangrijke plaats in zijn leven in.
Na een zwaar onweer liep het manvolk de Meent op om te kijken of er mogelijk ergens brand was.
Als boerendorp was Kamerik rijkelijk voorzien van hooibergen. En hooibroei kwam regelmatig voor. In dat geval werd de winkel op z’n beloop gelaten en kwam de brandveiligheid op de eerste plaats.
Tot aan zijn plotselinge dood in 1963 toe was hij brandweerman.
Zijn begrafenis gebeurde dan ook met brandweerceremonieel. Hoewel hij een bescheiden plaats innam in de gemeenschap van Kamerik, liep het hele dorp uit bij die gelegenheid. Zowel zijn overlijden als zijn begrafenis werden vermeld in de redactionele kolommen van de Woerdense Courant, wel een teken dat hij zeer gezien was in het dorp.
"Kippeknip"
Zijn grote liefhebberij bestond uit het houden van konijnen en wel witte Vlaamse Reuzen.
Eenmaal in het jaar werd in Kamerik een tentoonstelling van kleindieren gehouden,
in de volksmond "kippeknip" geheten.
De herkomst van die spotnaam bleef voor mij jarenlang een raadsel, tot ik in Kampen kwam wonen.
Mijn buurman Hendrik is een enthousiaste kippenfokker. Kippen, die waardig bevonden worden voor tentoonstellingen, worden ontdaan van ongewenste veertjes,
terwijl de kam en de poten worden ingesmeerd met roomboter.
Brandweer en kleindierenvereniging zorgden ieder jaar voor de twee dagtochten, de enige vakantie, die mijn ouders zich veroorloofden. De rest van het jaar bestond uit de zorg voor winkel en gezin.
Jan Nap
Kampen, maart 2007


